China

29 maart: Vaarwel China......

We hebben China verlaten en we laten Tibet voor wat het is. Het was een erg lastige beslissing, de laatste paar maanden waren er ook echt op gericht om terug te rijden naar Tibet. Maar wij denken dat we er vanaf deze kant nu niet in gaan komen. De Chinezen hebben er zoveel militairen heen gestuurd. Alles is in de hoogste staat van paraatheid gebracht. Ook aan de grenzen en in de omliggende provincies. En wij denken dat dat zo gaat blijven tot na de Olympische Spelen, in ieder geval tot nadat de olympische vlam in Lhasa is geweest. En om dan ongezien en illegaal Tibet in te gaan fietsen, wij denken dat het niet gaat lukken..................................

En om dan wel helemaal die kant op te gaan fietsen en dan terug gestuurd te worden, daar hebben we geen zin in. We zouden dan een heel eind terug moeten fietsen door een gebied waar we vorig jaar ook al gefietst hebben.
Wij hebben dus een alternatief plan gemaakt en daarom zijn we naar Bangkok gevlogen. We blijven een paar dagen in Thailand en we vliegen van daaruit verder naar..........

Dit raden jullie niet. We vliegen naar het Midden-Oosten. Op drie april gaan we naar Aqaba in het zuiden van Jordanie. Dan gaan we omhoog fietsen via Wadi Rum en Petra naar Amman. Dan willen we Syrie in rijden, misschien een stukje Libanon mee pikken en dan door naar Turkije. We gaan dus een stuk dichter bij huis fietsen.

We zien dit ook als de laatste fase van onze fietsreis. We zijn op dit moment dan ook van plan om vanuit Turkije naar Nederland terug te gaan. Deze laatste fase gaat waarschijnlijk nog zo'n 3,5 maanden duren. Dus als je snel rekent, begrijp je dat we in juli terug willen gaan komen.

Sinds het vorige bericht hebben we ook niet veel op de fiets gezeten. We zijn eerst naar Hong Kong geweest. Dat was erg leuk en erg luxe. We hadden via internet een goed hotel geboekt. Dat was ook echt goed. We zaten op de 33ste verdieping en hadden een fantastisch uitzicht op de stad. Toen we in Hong Kong waren, begrepen we ook pas hoe serieus de onrusten in Tibet waren. In China zelf hoor je daar toch heel erg weinig van en je krijgt verschrikkelijk gekleurde informatie. In Nederland kan het zijn dat de journalistiek niet altijd even objectief zijn werk doet, maar in China is er echt compleet niets objectief aan de berichtgeving over Tibet. We dachten eerst nog, we gaan gewoon fietsen en dan zien we wel. Maar de berichten die we ontvingen, waren toch wel erg serieus. Toen we in Kunming terug waren, besloten we dan ook om een alternatief te bedenken. Vanalles is de revue gepasseerd en het is dus het Midden-Oosten geworden. Daarom zijn we twee dagen geleden naar Bangkok gevlogen. Hier hebben we een vliegticket naar Jordanie geregeld en nu verblijven we even in Thailand totdat we op 3 april naar Aqaba en de Rode Zee vertrekken. Spannend om weer in een ander deel van de wereld te gaan fietsen. Jordanie met zijn Wadi Rum, Petra en de Dode Zee staan eigenlijk ook al lang op ons verlanglijstje om een keer te gaan bekijken. Dus we hebben er nog steeds zin in hoor!

16 maart: Mmmhh, lekker loempia's..................

Eten is erg belangrijk voor ons onderweg. Gelukkig kunnen we hier in China meestal erg goed eten. Maar we zijn nu al weer twee maanden onderweg in China en soms is een andere smaak dan even erg lekker. Daarover zo meer

We weten inmiddels wel dat wij de Sichuan keuken meer waarderen dan de Kantonese keuken. In Guanxi en Guangdong, waar we de afgelopen tijd het meest gefietst hebben, is de keuken meer Kantonees. Het eten vonden wij saaier, minder gebruik van pepers, minder soorten groenten. Af en toe leek het wel of ze alleen maar Chinese kool hadden. En we kwamen daar veel restaurants tegen van het type gaarbakken. Sinds deze week fietsen we weer in Yunnan en met dat de mensen veranderden, veranderde ook het eten. Er is hier een fantastisch aanbod aan groenten, verse peultjes, erwtjes, bloemkool, allerlei soorten paddestoelen. Het eten wordt hier weer anders klaar gemaakt. Wij vinden het super.

Gelukkig maar, want regelmatig eten we twee keer per dag warm. Maar toch hebben we af en toe behoefte aan een andere smaak. Zo stopten wij bij grote watervallen vlakbij de Vietnamese grens. In het hotel zag Jasper bij het inchecken een plaatje van loempia's. Hij vroeg of ze die hadden. Ja hoor, die hadden ze. Jasper wilde daar dus 's avonds gaan eten. Wij daar 's avonds heen en die loempia's besteld. Het duurde even voordat ze op tafel kwamen en toen ze eindelijk kwamen, zag de inhoud er toch wel iets anders uit dan dat wij bij loempia's gewend zijn. Ze bleken goed gevuld met een soort witte meelwormen. Gelukkig waren ze goed gefrituurd en leefden ze niet meer. We hebben ze ook wel gegeten en met de saus proefde je er eigenlijk niet veel van.

Nu zijn we even in Kunming. Daar hebben we gisteren bij een Dai-restaurant gegeten. De Dai is een minderheidgroep die vooral aan de grenzen met Laos en Burma wonen. In het restaurant serveerden ze curries en gerechten met ananas, echt heel on-Chinees. Ook stonden er weer wormen en andere insecten op de kaart, maar deze keer hebben we dat maar niet besteld. Genoeg over het eten.

Vanuit Nanning zijn we naar de Vietnamese grens gereden. Daar liggen de Detian-watervallen, zelfs nu in het droge seizoen zijn die nog indrukwekkend. We hebben daar een stuk langs Vietnam gefietst, want dat lag aan de overkant van de rivier. Deze route was ook erg mooi. Weer een fantastisch stukje China. In dit gebied ligt namelijk ook weer veel karstgebergte. Vanaf daar zijn we naar Jingxi gereden. Dat ligt vlakbij de grens met Yunnan. Jingxi is een leuke plaats, allemaal kleine straatjes en steegjes.

Na Jingxi begon ook het klimmen weer. Het karstgebergte veranderde in gewone bergen. Na Napo volgde dan ook een paar stevige fietsdagen. We gingen uiteindelijk weer over de 2000m. Dat hadden we hier nog niet verwacht (onze kaart heeft ook geen hoogtelijnen).

Toen we richting Yanshan fietsten kregen we een leuke verrassing. In het dorp Ameng bleek de weekmarkt aan de gang te zijn. Daar liepen heel veel mensen nog in klederdracht; in hun beste kleren naar de weekmarkt. Echt allemaal verschillende klederdrachten, zowel jong als oud liep daarin. We hebben onze ogen uitgekeken.

Nu zijn we even in Kunming. De fietsen staan een week in de opslag op een kamer in Kaiyuan, terwijl wij even een weekje gaan genieten van de luxe in Hong Kong. We gaan daar een nieuw visum voor China regelen, zodat we tijd genoeg hebben om Tibet in te gaan. Althans als de Chinezen tegen die tijd weer buitenlanders Tibet binnen laten. Je hoort of ziet hier ook nergens iets van de demonstraties. Wij hebben er op de Nederlandse nieuwsites over gelezen. We blijven het goed volgen.

1 maart: Anderhalf jaar onderweg

Inmiddels zijn we anderhalf jaar onderweg. Er staat 24.000 kilometer op de teller. Meer dan dat we normaal in die periode met een auto zouden rijden. We hebben ook echt nog niet het gevoel al zo lang weg te zijn. Zo op de fiets vliegt de tijd toch echt voorbij.

Sinds we Hainan verlaten hebben, rijden we door suikerriet-land. De oogst van die stengels is in volle gang. We begrijpen nu ook dat bijna iedereen op zo'n stengel loopt te kauwen, iets goedkopers is er hier momenteel niet te krijgen.

Vanaf Hainan reden het peninsula Leizhou op. Dit lijkt echt een stuk vergeten gebied van China. Wij vonden dit het minst leuke stuk van wat we in China gefietst hebben. Het is er niet mooi. Nou werkte het weer hier ook niet mee, veel regen, overal blubber en klei. Alles was dus vies, maakt het ook al minder aantrekkelijk, maar we vonden de mensen er ook niet vriendelijk. Ze deden absoluut geen moeite om ons te begrijpen. Wij vonden het erg apart, dit zijn we namelijk niet gewend hier.

We zijn doorgefietst naar Beihai. Daar ligt het 'zilveren strand'. Een echte attractie daar, maar het is ook een erg mooi stuk strand. We hebben daar heerlijk langs het strand kunnen wandelen. Het was er erg relaxed. En hier kwam voor het eerst de zon af en toe weer te voorschijn. Het was echt heerlijk wandelweer.

De dag dat we uit Beihai vertrokken, was er ook een complete weersomslag. Van de 15 graden werd het ineens een dikke 25 graden. Heerlijk droog en zonnig weer! We konden weer op ons shirtje fietsen. Dat was geweldig. We zijn richting Vietnamese grens gefietst, naar Ningming. De mensen hebben ook gelijk weer andere trekken. Grappig dat we al die verschillen in Chinezen ontdekken. In het begin denk je dat ze allemaal op elkaar lijken, maar niets is minder waar.

De weg richting Ningming was erg heuvelachting. We hadden een paar pittige fietsdagen door zeg maar Duits of Limburgs heuvellandschap, alleen waren de heuvels nu dus volgepland met suikerriet. Rond Ningming ligt een erg mooi karstgebergte. We hebben daar ook nog een oude rotsschildering bezocht. Vooral de weg daar naartoe was erg mooi. Het laatste stuk moet je een bootje nemen, want de weg houdt dan op. Je vaart dan tussen de karstbergen door. De volgende twee fietsdagen reden we ook nog door het karstgebergte. Guilin en Yangshuo hebben we dan alleen met regen gezien, maar dit karstgebergte was ook erg mooi. We zijn naar Yangmei gereden. Dat is een 17de eeuws plaatsje. Althans zo wordt het gepromoot. Er zijn inderdaad enkele huizen uit de Ming- en Qingperiode. Dat zijn echt traditionele Chineze huisjes, erg mooi. Je kunt er ook alleen via allemaal binnendoor wegen komen.

En nu zitten we even in Nanning, een stad met 1,5 miljoen inwoners. Geen grote bezienswaardigheden hier.

Op een gegeven moment vragen wij aan een agent hoe we naar een bepaalde plaats moeten fietsen. We staan daar voor hem met volbepakte fietsen. Komt er een Chinese dame en die breekt heel onbeleefd in, in ons gesprek met de agent met de vraag of ze kan helpen. Ja, we willen de weg weten naar Fusui. O, zegt ze, daar is het treinstation, daar kun je de trein pakken. Ja.............., ook hier hebben ze dus domme blondjes.

Morgen vertrekken we uit Nanning. We gaan op weg naar Kunming. Eerst weer richting de Vietnamese grens en dan binnendoor via Jianshui naar Kunming. Tot horens!

13 februari: Het jaar van de rat ingeluid

Tussen honderden Chinezen hebben we op het strand van Sanya het nieuwe jaar verwelkomd. Het jaar van de rat werd met tonnen siervuurwerk en duizendklappers ingeluid. Sanya is de zuidelijkste stad van China. Het ligt op het eiland Hainan. Sanya is een populaire vakantiebestemming voor Chinezen die een 'bounty'-gevoel willen. Ze hebben iets verzonnen om dat gevoel te versterken, namelijk met de hele familie in een 'Hawai-pakje' lopen, shirt, korte broek en petje. Het was nu heel erg druk in Sanya vanwege de vakantie die de Chinezen met het nieuwe jaar hebben. Ook hier was het weer niet geweldig, nog steeds veel bewolking en weinig zon, maar we hebben in ieder geval wat droge dagen gehad. Het was geen strandweer. Jammer, want het strand bij Sanya en Yalongbay was echt erg mooi.

Even over het vuurwerk. Er wordt hier heel erg veel vuurwerk afgestoken. Nou staat er hier op Hainan ook een heel grote vuurwerkfabriek, maar ook op andere plekken is dat het geval. Het afsteken gebeurt ook niet alleen op oudjaarsavond, maar ook op de dagen erna om de boze geesten weg te jagen. Jasper ging eens informeren naar de prijzen van het vuurwerk, die zijn dus maar 10 procent van wat ze in Nederland zijn. Voor 4 euro heb je een giga rol met klappers!

Op oudjaarsavond is er ook altijd een speciale oudjaarsuitzending op tv. We hadden al gehoord dat dat heel wat moest zijn. We hebben dus een stuk gekeken. Voor ons was het wel heel erg nationalistisch. Een en al loftrompet op China. Wij zijn dat al helemaal niet gewend in Nederland, wij vonden het in ieder geval iets te. Dat was ook met de berichtgeving rond de sneeuwstormen. Bij ons zou er heel veel commentaar en negatieve berichtgeving zijn. Hier niet, vrijwel niemand heeft commentaar en alles wat de overheid doet, is goed en eigenlijk alleen maar positieve berichtgeving over hoe hard iedereen zijn best doet om alles maar te repareren. Bij ons is de berichtgeving af en toe wel erg negatief, maar een beetje kritisch mag best.

We zijn vanaf Haikou via de oostkant van Hainan naar Sanya gefietst. We hadden hier een beetje pech, want ze waren met de weg bezig. Dus de helft van de weg lag open. We waren nu erg blij met onze dempers onder het zadel! Dat scheelt veel gebonk aan het achterwerk. We zijn via de weg dwars over Hainan door de bergen terug gefietst naar Haikou. Dat was een erg mooie route. Weer heel wat klim- en daalwerk, maar door veel bos en vooral groene omgeving.

Wat ons erg verraste in Sanya is dat er heel erg veel Russen zitten. Er staat meer in het Russisch aangegeven dan in het Engels. Wij vroegen ons al af of de Russische maffia hier investeerde.

Wat minder is op Hainan is het verkeer. Dat is het meest verschrikkelijke van wat we hier in China hebben meegemaakt. Alles moet toeteren. Spiegels hebben ze niet nodig, ze kijken nergens naar. Ze gebruiken alleen de claxon. Zo van als je me maar hoort, dan is het toch goed? We hebben hier heel wat spannende acties op de weg gezien in ieder geval.

Nog even een ander onderwerp. Het jaar van de rat moet voor China ook het jaar van de Olympische Spelen worden. Je kunt de tv hier niet aanzetten of het draait om de spelen. Echt alles staat in het teken ervan. Elke dag informatie over de voorbereidingen, de bouw van de complezen, de sporters (wat een druk moet er trouwens op deze mensen liggen) en nog veel meer. En wat heel erg grappig is, de Chinezen krijgen ook les in het supporter zijn; hoe ze moeten juichen en joelen en hoe ze de wave moeten uitvoeren. Voor de rest geen spannende verhalen deze keer. Wij gaan morgen terug naar het vaste land van China.

30 januari 2008: Regen, regen en nog eens regen

Sinds Macao hebben we eigenlijk al slecht weer. Maar de afgelopen vier dagen hebben we echt aaneengesloten plenzen gehad. Echt plenzen, met daarbij een harde wind en kou. Dit is echt de slechtste periode qua weer van onze reis tot nu toe.

We maken hier voor deze provincie de slechtste winter sinds zo'n 50 jaar mee. De provincies hierboven zijn nog slechter, daar ligt alles plat vanwege de sneeuw. En hier begint volgende week het Chinese nieuwjaar, een vakantieperiode voor de mensen hier. Iedereen wil graag naar huis. Het is door het slechte weer nu een complete chaos op de wegen. Eventjes wat getallen waar wij ons niets bij kunnen voorstellen. Op het treinstation van Guangzhou zijn 500.000 mensen gestrand. Ze hebben 1 miljoen politieagenten ingezet om orde te houden op de wegen. In Beijing hebben ze 137 ticketoffices extra geopend (hoeveel zijn er dan in vredesnaam normaal al?). Sommige treinen hebben nu een vertraging van 60 uur.

Vanaf Macao zijn we naar Kaifeng gereden. De eerste twee dagen was het door een 'economische ontwikkelzone', zeg maar industriegebied. Rondom Kaifeng was het wel interessant. Daar staan allemaal wachttorens. Die torens zijn vorig jaar toegevoegd aan de werelderfgoederenlijst van de Unesco. Was interessant. Er liep ook een architect uit Israel die is ingehuurd om er een aantrekkelijke site van te maken. Ze willen daar bijvoorbeeld fietspaden aan leggen. Ze waren benieuwd naar onze ervaringen met het fietsen daar en wilden graag weten wat wij van hun plannen vonden.

Na Kaifeng zijn we via Zhaoqing en Wuzhou naar Yangshuo gegaan. In Zhaoqing hebben we een natuurpark bezocht, dat was mooi. Na Wuzhou werd de omgeving weer mooi. Het werd weer groen en de bergen begonnen weer. Maar toen begon het ook fiks te regenen. In Yangshuo hebben we dan ook alleen maar regen gehad. Echt zonde, want het karstgebergte in die omgeving ziet er fantastisch uit, zelfs met het slechte weer. We hebben daar twee paraplus gekocht en wel wat in de omgeving gelopen, maar we hadden er nog liever wat rondgefietst.

Nu zitten we in Guilin. Vanmorgen het 'seven star scenic area' bezocht, dat viel een beetje tegen. Een aangekleed park met een verklede kameel en yak, waarmee je dan op de foto kunt. We gaan nu even goed bekijken wat we verder gaan doen, want het ziet er naar uit dat het weer voorlopig niet echt beter wordt.

Wel leuk om in China terug te zijn. Kunnen we weer oefenen met ons Mandarijn, hoewel hier tot nu toe vaak Cantonees werd gesproken. In ieder geval ook weer heerlijk eten. We zien alleen ook wel te veel hondjes achter op brommertjes langskomen om alleen maar verkocht te worden als huisdier; de dog-hotpot is nog steeds populair hier.

Deze periode heeft helaas geen hele mooi foto's opgeleverd. Het ziet er allemaal wat grijs en triest uit. Volgende keer hopelijk weer beter.

16 januari: Nog een paar dagen China....

Het is inmiddels wel even terug dat jullie iets van ons gehoord hebben, maar een aardbeving in Taiwan maakt het ons onmogelijk om op het internet te werken. Maar gelukkig lukt het weer, al gaat het wat langzaam en werkt nog niet alles.

We zijn zo'n week of 6 en een dikke 2100 kilometer verder sinds Dali. En we zijn aan onze laatste dagen in China begonnen. Morgen vertrekken we richting Laos.

Vanuit Dali zijn we tegen de klok in naar Jinghong gereden. Een erg mooi stuk China. We hebben wel een keer op de kaart gekeken of we echt nog wel in China zaten, want de mensen hier zien er helemaal niet meer Chinees uit, eerder Burmees of Thais.

Het is hier ook heel erg groen, veel theeplantages (dan weet je ook gelijk dat de weg erg op en neer gaat!), bananen- en ananasplantages. Vanuit Jinghong hebben we de bus naar Kunming genomen (anders zouden we dat stuk 2 keer rijden, omdat we ook terug wilden via die weg naar Laos). Dus eerste kerstdag was voor ons heel uniek in China, namelijk een dag bussen. Dat beviel eigenlijk niet zo. In Kunming hebben we ons visum voor China verlengd, daar moesten we 4 dagen op wachten. Dus we hebben Kunming goed kunnen verkennen. Daar ook wat toeristische dingen bezocht, zoals het stenen bos in Shilin, was erg mooi.

Daarna zijn we weer op de fiets richting Jinghong gestapt. Alleen zijn we nu via een bocht met de klok mee door Yunnan gefietst. Ook een erg mooi gedeelte. Je rijdt dan vlak langs de grens met Vietnam en Laos. Er wonen ook veel minderheden in dat gebied. En daar komt een hele grote rijstproducties vandaan gezien het aantal rijstvelden dat daar ligt. En die velden zijn nu heel erg mooi, want ze staan voor een groot gedeelte onder water, daar schijnt de zon heel mooi in.

En morgen vertrekken we dus richting Laos, dat is nog zo'n drie dagen fietsen tot aan de grens. En dan zijn we China uit. Eigenlijk wel een dubbel gevoel bij, want China is echt heel erg mooi en we zouden hier nog wel heel veel willen zien. Maar naar een ander land is ook leuk. En we willen ook naar beneden, want eind maart moeten we in Bangkok zijn, want dan komen de ouders van Jasper ons op zoeken en begin mei komen mijn ouders. Dus dat zijn ook leuke vooruitzichten.

Allemaal heel laat, maar we wensen jullie allemaal nog het beste voor dit jaar. Tot horens vanuit Laos!

4 december: Hoezo Shangri-La?

Inmiddels zijn we drie maanden weg. De tijd vliegt. China bevalt ons eigenlijk heel erg goed. Er zijn twee grote ergenissen. Ten eerste is er het kabaal dat de Chinezen produceren. Die kunnen niets zachtjes doen. De tv staat altijd hard, ze praten altijd hard, maakt niet uit hoe laat het is. Ten tweede is het hoe de Chinezen zich in het verkeer gedragen. Ze krijgen volgens ons het rijbewijs bij het spreekwoordelijke pakje boter (zal hier wel bij een pakje groene thee zijn). Ze kijken gewoon echt nergens naar in het verkeer. Ze draaien gewoon de weg op, of ze nu fietsen, lopen of rijden met een auto of bus, het maakt allemaal niets uit; kijken hoeft niet. Dus het is gewoon zelf goed uitkijken.

Wij gingen dus vanuit Lijiang op weg naar Zhongdian, volgens Chinezen het Shangri-la. Die fietsdagen waren grijs en bewolkt, dus we zagen weinig van de bergen, maar we konden ons goed concentreren op de 1400 meters die we moesten klimmen.

Wij vonden Zhongdian absoluut geen Shangri-la. Je zou er het eerste Tibetaanse gevoel krijgen; nou, er is geen Tibetaan te bekennen. De kloosters waren ook niet geweldig, dus we waren eigenlijk een beetje teleurgesteld.

De dag erna wilden we naar een meer in de buurt rijden. Halverwege lag een hotspring, daar gingen we eerst heen. Die was fantastisch, hotspring en natuurlijke sauna. We zijn toen daar de hele middag blijven poedelen. Erg lekker als het een beetje sneeuwt! Dat maakte Zhongdian toch wel een beetje goed.

De dag erna vertrokken we. We hadden geweldig helder weer (dus ook heel koud op de fiets: -8), we hadden nu zicht op alle bergen. De omgeving daar is fantastisch mooi. We zijn doorgereden naar Tiger Leaping Gorge, een mooie diepe kloof waar de Yangtze doorheen stroomt. En als je de eerste acht kilometer gehad hebt (daar stoppen de toerbussen), dan kom je bijna niemand meer tegen. Erg mooi.

Op de weg terug hadden we mazzel dat we op de fiets waren, want de weg was voor auto's geblokkeerd. Er was 's nachts een rotsblok afgebroken, dat was zo groot als een minibus. Oeps, je zal daar maar net fietsen.

Daarna zijn we in een paar dagen doorgereden naar Dali. Daar zitten we nu een paar dagen. We hebben vandaag de markt in Shaping bezocht. Die was niet heel groot, maar wel kleurrijk. Dali ligt ook aan een mooi meer.

Het is hier een backpackers-mekka. We kunnen hier dus ook weer wat ander voedsel krijgen. Ik heb voor het eerst in drie maanden weer een keer pasta gegeten; was best een keer lekker, maar zelf maak ik het toch lekkerder, ze zijn beter in Chinees koken. Morgen blijven we nog hier, gaan we het meer verder verkennen. En dan zakken we verder af naar het zuiden, eerst richting Baoshan en Tengshong en dan door richting Jinghong. Ja, lekker naar het wat warmere weer. Heerlijk! Maar we klagen niet. Hier in Dali kunnen we 's middags goed op ons t-shirt lopen. Is al geweldig.

22 november: Laowai, laowai

Laowai, dat is echt de kreet die het meeste hoort als je hier door China fietst. Nog vaker dan 'ni hao' of 'hello'. Het betekent iets van buitenlander, niet onaardig bedoeld. Maar de Chinezen zien dus eerst de buitenlander, terwijl wij zouden zeggen, he, daar heb je twee fietsers. Af en toe sta je er echt van te kijken vanaf welke afstand je gespot wordt. Er wonen hier heel wat Arendsogen.

We zijn weer twee weken verder. Twee weken met echt geweldig goed weer. Zo goed hebben we het nog niet eerder gehad. In Leshan hadden we onze eerste echt verregende dag, dus toen zijn we daar maar een dag langer gebleven, want we wilden toch echt de grote Boeddha zien. Die was ook echt de moeite waard. En daarna op de fiets richting Xichang: 6 dagen fietsen en door richting Lijiang: nog 5 dagen fietsen.

We hadden voor deze route gekozen, omdat er wat lagere bergen zouden zijn en het dus wat minder koud is, maar dat betekent zeker niet dat het minder zwaar was! De laatste vijf dagen hebben we elke dag meer dan 1000m moeten klimmen! Een dag van zelfs 1500 meter, toen waren we blij dat er maar 60 kilometer op het programma stond. Het was ook niet de meest toeristische route, dus de wegen waren ook niet allemaal geweldig. Een dag hebben we over 76 kilometer ook 7,5 uur gefietst, een nieuw traagte record. We moesten toen 1200 meter klimmen over een kleiweg voor met stenen, daar mochten we ook weer afdalen. Maar dat afdalen ging gewoon niet sneller dan het klimmen. Er was gewoon geen pad te vinden.

De dag erna zouden we een pas over moeten, maar langs de rivier liep een hele mooie weg. Daar reed nog heel weinig verkeer, maar de mensen zeiden dat hij al wel klaar was, dus dat we die beter konden nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Wij dus over strak asfalt zoefend vooruit. Totdat, ohoh, een stel militairen. We moesten stoppen, dus wij zagen hem alweer hangen. Maar de heren zeiden eerst dat we niet verder mochten, maar ze gingen even bellen en ja, geen probleem, we mochten door. Maar toen kwam de grap. Ze waren dus nog bezig met die weg en ook met de tunnels daar: die waren dus nog niet verlicht! Gelukkig reed er nog maar weinig verkeer, want tunnels van ruim 3 km zijn toch erg donker. Dus wij met de zaklampjes op ons hoofd verder. Er waren nog wat checkposten en we werden nog een paar keer aangehouden, maar geen probleem. Alleen de laatste post, we hadden inmiddels 30 km gefietst en er stond weer zo'n man in pakkie en we moesten weer stoppen. We mochten niet verder! (Als we deze kerel dus aan het begin hadden gehad, dan hadden we mooi terug kunnen fietsen). Wij uitleggen dat we toestemming hadden, maar nee, hij was niet te vermurwen. Wij hadden echt zoiets, van 'we laten ons niet terugsturen'. Dus we stonden al een poos te praten. En na ongeveer een kwartier kwam er een buschauffeur bijstaan. En die had zoiets van, ach man, doe niet zo flauw, als zij willen fietsen, laat ze dan. En we mochten door!! Ik weet nou wel waarom hij moeilijk deed, want er volgende een hele drukke tunnel van bijna 4 km: smog en stank. We waren helemaal zwart toen we eruit kwamen.

De valleien waar we door gereden hebben, waren echt heel erg mooi. Veel mensen van de Yi-stam: de vrouwen dragen een soort van lampenkap op hun hoofd, ziet er erg onhandig uit, maar wel mooi. Ze zijn verder ook heel kleurrijk gekleed. In Zhaojue hadden we ook mazzel, daar was net een lokale markt. De hele omgeving kwam daar op af, dus we hebben daar heerlijk mensen kunnen kijken. Hetzelfde in Ninglang, daar was de jaarlijkse fancyfair: die trok erg veel bezoekers. Leuk voor ons.

Na Ninglang was het nog twee dagen naar Lijiang. En we waren net onderweg, toen kwam er een afslag. Ze hadden een nieuwe weg, zou ons 60 km schelen. Er zaten twee jongens en die zeiden dat de weg goed was. Wij dus die weg genomen. Alleen wat goed is om te rijden met een auto of bus, is niet altijd even geweldig om te fietsen. Na 15 kilometer stopte het asfalt: er volgde 60 kilometer zeer ongelijke koppels. Jemig, wat vond ik dat zwaar fietsen. Ik heb toch al moeite met paden, keien enz, dat vind ik echt verschrikkelijk. Dit dus ook. En na zo'n 40 kilometer had ik echt zoiets van ik stop ermee, ik wacht hier op een bus, ik vind dit niets. Japs boos, wij ruzie. We stonden natuurlijk net bij een dorpje, dus het hele dorpje liep uit. Twee van die laowai die tegen elkaar staan te bekken, dat was wel het hoogtepunt van hun dag. Maar uiteindelijk zijn we toch verder gegaan en wel op de fiets.

Nu zijn we al een paar dagen in Lijiang. Een toeristische plaats met allemaal mooie oude huisjes. Het is hier wel allemaal op een mooie manier gedaan. Een groot voordeel is dat we hier ook een keer wat anders kunnen eten dan Chinees. Op zich eten we al die tijd al geweldig hoor en ik ben het eten echt nog niet zat, maar een keertje andere smaken is wel lekker. En er zit hier echt een fantastische Koreaan, dus die hebben we al een paar keer met ons bezoek vereerd. Ja, ik houd het echt bij rijst, de aardappels mis ik nog steeds niet.

Morgen gaan we weer verder. We gaan toch weer even de kou opzoeken, want we gaan richting Zhongdian (dat is weer een stukje richting Tibet en ligt weer hoger). Dan willen we vanaf daar afzakken naar de Tiger Leaping Gorge en dan richting Dali.

Vanuit daar zullen jullie waarschijnlijk het volgende verhaal wel krijgen. Dan zetten we ook wel weer foto's op de site. Hebben we nu geen zin in, kost veel tijd en we gaan nu liever in de zon zitten. Bovendien hebben de fietsen weer een beurt nodig. Dat gaan we nu eerst doen.

5 november: Opgepakt en uitgezet

Deze keer een echt avontuur. Vanuit Kanding zijn we naar Moxi gereden. Dat zou een heel leuk plaatsje moeten zijn, maar wij vonden het niet echt geweldig. Dus de dag erna zijn we doorgereden naar Shimian. Gewoon een doorsnee Chinees plaatsje. Deze dag begon goed. Al vrij snel kwamen we bij een stuk weg aan dat net vrij was gemaakt van een recente landslide. Een half uurtje verder werden we tegen gehouden. Ze waren daar de weg aan het vrijmaken. Nog een landslide, deze was echt net gebeurd. De weg moest nog vrij gemaakt worden. Na een half uurtje konden we gelukkig toch verder fietsen. De stenen bleven wel naar beneden komen.

Ik werd in Shimian een dagje ziek, dus we zijn daar een dagje blijven hangen. Verder tot dan toe geen spannende dingen meegemaakt. We besloten daar wel om toch ook Emei Shan en Leshan maar even mee te pakken. Thuis twijfelden we daar al over en hier hadden we het er ook elke keer over. Is een weekje verder fietsen, maar dat maakt ook niet meer uit. Wij dus de route omgegooid. Een dagje naar Hanyuan gefietst. Dat was een zeer somber dagje. We reden de hele dag in de mist, dus dan zie je al niet erg veel. En alle dorpjes waar we door kwamen waren ze aan het afbreken; er woonden dus niet veel mensen meer en dat ruim 50 kilometer lang. Zag er niet echt gezellig uit. Ze gaan daar een dam bouwen en er wordt een groot stuwmeer aangelegd.

De dag erna waren ze druk aan het bouwen onderweg. De dam werd daar aangelegd. En na een dikke 70 km fietsen, we waren bijna op onze bestemming Jinkouhe, stond daar een politiebusje en we werden aangehouden door twee agenten. Ze konden niet uitleggen waarom, maar we moesten even wachten. Voor de rest mocht alles en iedereen doorrijden, dus we vonden het al een beetje vreemd. Na een minuut of 20, we waren inmiddels toch wel wat ongeduldig, kwamen er twee auto's aan rijden en daar stapten welgeteld 8 personen uit, enkele met uniform en sommige zonder. En ja, ook een tolk erbij. We mochten daar niet zijn! We waren illegaal in het gebied, want dit was afgesloten voor buitenlanders. En dat in Sichuan! Dit hadden we eerder rond Xining verwacht.

Het bleek dat we al sinds ons vertrekpunt die ochtend in 'gesloten' gebied reden, jaja, wat wij allemaal wel niet gezien hebben daar..............

Maar goed. Onze paspoorten werden 20 keer gefotografeerd, er werden wat vragen gesteld, maar ze bleven op zich heel aardig. Wij en onze fietsen werden alleen wel in een busje geladen en we werden naar een brug 30 km verderop vervoerd, want daar stopte het 'gesloten' gebied. En daar werden we uit het busje gezet en mochten we verder fietsen: uitgezet als illegaal. Viel allemaal wel mee, ze hadden ons ook een fikse boete kunnen geven.

De dag erna was hierdoor wel wat korter fietsen, dus dat was een makkelijke rit naar Emei Shan. Daar hebben we de 'number 1 mountain of China' belopen: 2000 meter aan trappetjes naar beneden. Bovenop hadden we zicht, daar hadden we heel veel geluk, alleen daarna trokken de wolken erin, dat was jammer.

En nu zijn we in Leshan. Hier hebben ze een hele grote Boeddha, die gaan we nog bekijken. Daarna gaan we echt richting Xichang en Lijiang.

27 oktober: Hoogte, kou en Tibetanen

We zijn in Kangding aangekomen. Het is inmiddels drie weken geleden dat jullie iets van ons gehoord hebben. In die tijd hebben we veel gezien en gedaan.

We zijn vanuit Xining naar Maduo gefietst. Maduo ligt op een hoogteplateau van ruim 4000 meter. Het was daar al berekoud, maar dat kwam vooral door de wind die daar stond. We waren inmiddels ook het meer Tibetaanse gedeelte ingereden: de yakherders. Op het plateau stonden ook veel yurts en waren er weer de welbekende Tibetaanse mastiffs. We (Japs) hebben ontdekt dat stil gaan staan en stenen gooien beter werkt, dan hard proberen weg te fietsen. Op die hoogte lukt dat trouwens zeker al niet. Dit is trouwens een ontzettend verlaten gebied. Je moest echt de hele dag fietsen voordat je in het volgende dorpje kwam. Onderweg kwam je verder niets tegen.

In Maduo hoorden we dat er voor de komende drie etappes zeker geen accomodatie zou zijn, op zich geen probleem, omdat we de tent bij ons hadden. Maar wij hadden er geen zin in om met die kou te moeten kamperen. Zeker na fietsen in de kou ben je door en door koud als je ergens aan komt, kamperen is dan niet echt prettig. Dus we besloten een taxi te nemen, want er reden amper bussen, omdat er hele slechte gedeelten van de weg waren. Wij dus 's ochtends wachten op de taxi, blijkt er geen benzine op voorraad te zijn bij het pompstation (dat kon nog wel een week gaan duren (hihihi), dus geen taxi terwijl we die wel de avond ervoor geregeld hadden.............. Ja, hoor, hebben wij weer. Later op de dag toch nog gelukt een taxi te regelen. Die is toen langzaam op reserve naar een gehucht gereden om daar een kan benzine te kopen. We zijn toen doorgegaan naar Serxu, om daar afgezet te worden door Tibetaanse monnikken.

We vonden de Tibetanen in Qinghai (provincie) niet zo heel erg aardig. Het grote gedeelte is herder, niet dat dat wat zegt, maar ze zijn zeer onbehouwen en zeer brutaal en onbeschoft. Als je ergens stopt, wordt de fiets ook bijna onder je kont vandaan getrokken om helemaal te bevoelen en te bekijken. Maar natuurlijk waren er ook aardige mensen!

In Maduo zijn we bijvoorbeeld mee uit eten genomen door drie Chinezen, was erg lekker en gezellig. Deze Chinezen boden ook een lift aan naar Chengdu (drie dagen rijden), omdat er dus misschien een week geen benzine voorradig zou zijn. En zij hadden net genoeg om de volgende stad te bereiken.

Maar goed, ik was in Serxu gebleven. We waren toen inmiddels weer in Sichuan beland. Daar begon een geweldig mooi gebied. Mooi om te fietsen, mooi qua mensen. Het weer was een stuk minder koud, hoewel het zeker even hoog was.

Echt vanalles meegemaakt: slapen in een kotje bij oude Tibetanen, vier dagen noedelsoep als avondeten, krijg je niets van, maar wordt wel saai, een stuk omrijden van meer dan 30 km. De eerste douche na 14 dagen was ook wel weer erg prettig. We hadden wel het gevoel dat er een laag smurrie van onze rug het afvoerputje in ging. Op sommige plekken was er gewoon bijna geen water, dan had je een kopje water om je te wassen. Maar zelfs dat went, iedereen stinkt, dus je valt niet op.

De Tibetanen in dit gebied zijn meestal boeren, ze zijn in ieder geval heel anders. Stukken vriendelijker en minder opdringerig. Ook zijn er in dit gebied meer dorpjes. Het is dan ook leuker onderweg om naar vanalles te kijken. We fietsten trouwens over de Tibetan Highway: nou bij ons ziet een bospad op de Veluwe er nog beter uit. De laatste drie dagen naar Kangding waren heel erg stoffig. Je zag 's avonds de zonnebril op ons gezicht staan, maar in dit gebied konden we ons weer douchen, wel prettig.

En nu zijn we dus een paar dagen in Kangding. Hier hebben we vanochtend lekker relaxed een hotspring bezocht. Hadden we een heel bad voor ons zelf. Dat was wel lekker luxe!

En morgen gaan we verder richting Lijiang in Yunnan. Vanwege de kou en het slechte weer hebben we de route ook iets omgegooid. We gaan nu via Moxi naar Yunnan, terwijl we eerst via Litang zouden gaan, maar die route is veel hoger en er ligt nu al erg veel sneeuw.

Dames en heren, jullie horen van ons!

6 oktober: Xining is bereikt

We zijn inmiddels in onze derde provincie in China: Qinghai. Nadat we Xiahe verlieten, zijn we naar Linxia gefietst. Dat was niet de leukste fietsdag, want dat was 115 kilometer in de regen. De vallei zou met zicht waarschijnlijk best mooi geweest zijn. En we hadden nog mazzel, want ergens halverwege waren ze bezig met een tunnel en daar moesten we eigenlijk door een gigantische blubberbende om de berg heen. Maar wij mochten van de werkers daar al door de tunnel rijden. Japs zijn zaklamp gezocht en wij door een pikdonkere tunnel. Heel erg aardig, anders had de blub tot achter onze oren gezeten.

Linxia was wel leuk, daar begon ook een stuk moslim gebied hier. Daarna hadden we een hele zware dag naar Xunhua. Dat was 60 kilometer klimmen van 1750 naar 3500 meter. Over een weg die je niet anders kunt beschrijven dan stenen en keien. Dat viel niet mee. We waren pas na een uur of 6 fietsen boven (dat komt dan vooral door mij, want Jasper is veel sneller!). Maar boven op de pas was er een verrassing: asfalt!!! De 50 kilometer lange afdaling hebben we dan ook in recordtijd afgelegd. Een gemiddelde snelheid van 40 kilometer per uur halen we niet vaak.

In Xunhua hebben we een dagtrip gemaakt naar het Mengda-natuurpark. Daar ligt het Heavenly Lake. Dat was misschien wel ooit Heavenly, maar sinds de drankverkoper genoeg geld gespaard heeft en een stereo heeft aangeschaft die hij de hele tijd laat schallen, is het iets minder heavenly. Maar toch wel mooi. Was wel weer een pittig klimmetje naar boven, maar deze keer maar kort.

De vallei hier is wel geweldig mooi. De bergen zijn heel divers van kleur. De herfst doet ook zijn intrede, dus de bomen hebben mooie kleuren. Ziet er geweldig uit. Daarna zijn we via Hualong en Pingan hier naar Xining gereden.

Xining is een echte grote stad. Veel hipper dan we dachten. En het is hier een voedselparadijs. Je kunt hier geweldig eten. Nu is dat hier over het algemeen niet slecht, het is alleen regelmatig lastig met bestellen. Wat we meestal doen, is een druk restaurant uitzoeken en dan bij anderen van tafel iets kiezen wat er lekker uitziet. En meestal is het dan wel goed, af en toe heb je een verrassing......

Maar hier is heel veel keus en is er een avondmarkt met eetstalletjes, dat vinden wij altijd leuk.

Hier vlakbij ligt ook het Ta'Er klooster. Deze is samen met het klooster in Xiahe het belangrijkste boedhistische klooster buiten Tibet. Dat hebben we gisteren bezocht. Qua klooster is het geweldig, het lijkt ook best op de kloosters in Ladakh. Alleen weer die Chinezen, die weten er weer een heel circus om heen te maken. En nu hebben ze deze week ook vakantie, dus ze waren in grote aantallen aanwezig. Qua sfeertje kon het in ieder geval niet tippen aan Xiahe, maar het klooster was wel heel erg mooi.

Morgen stappen we weer op de fiets. We rijden dan richting Maduo. We weten niet wanneer we weer toegang tot internet hebben. Dat kan wel eens even duren, want het gebied dat we nu ingaan, is wat minder bevolkt. De eerste echte grotere stad ligt op drie weken fietsen, maar je weet maar nooit wat je onderweg tegenkomt.

27 september: de eerste dikke 1000 kilometer

We zijn in Xiahe. Hier staat een van de belangrijkste Tibetaanse kloosters. Er komen dan ook veel pelgrims op af: dat is volgens Japs dan ook prijs schieten qua foto's. We hebben een erg mooie week gehad. We hebben onze eerste 'echte' pas beklommen (3725 meter). We hebben over een geweldig mooie hoogvlakte gefiets. De nomaden houden daar hun yaks, erg mooi. Wat minder is zijn hun honden, deze Tibetaanse Mastiffs vinden het erg leuk om fietsers te achtervolgen. En dat doen ze niet omdat ze zo graag willen spelen! En op hoogte een sprintje trekken valt echt niet mee!

We hebben ook onze eerste kilometers gesmokkeld. We gingen van Songpan richting Zoige. Volgens onze kaart ligt daar een plaats halverwege, na ongeveer 90 kilometer. Dat zou mooi zijn. De dag begon lekker. De weg was goed, maar dat hield al snel op: roadconstructions. En we moesten verder door het mulle zand en over keien. Zo moesten we een pas over van ruim 3700 meter. Dat viel dus niet mee. Deze pas stond ook niet op onze kaart. Maar oke. De wegwerkzaamheden waren ook daarna nog niet afgelopen. Maar naar beneden is dan makkelijker dan naar boven. Althans, als je op de weg let. Ik lette op een gegeven moment meer op een aankomende vrachtwagen. En dat rotsblok ging dus niet voor mij op zij. Daar lag ik dus op de grond, lang leve de fietshelm! Viel achteraf allemaal wel mee, alleen bont en blauw en mijn arm lag open.

Maar goed wij op weg naar dat plaatsje: 90 kilometer nog niets, na 100 nog niet, na 110 nog niet. En kamperen ging daar ook niet, want er was erg weinig water en als dat er al was dan stonden er honderden yaks omheen. Toen stond er dus een busje: Japs een lift geregeld, want het was al 6 uur en het was nog 50 kilometer naar Zoige, dat zou ik in ieder geval niet halen. Nu daar toch in een lekker bed geslapen.

Daarna naar Langmusi, echt Tibetaans gebied in. Een erg mooi stuk natuur. Het doet allemaal erg Nepalees aan en sommige stukken zijn net Ladakh. Net als hier in Xiahe, alleen al voor de mensen is het hier geweldig.

Het weer is trouwens slecht. Koud, guur, regenachtig en constant dikke wolken. Dat is wel jammer, want met een beetje zon ziet het er toch altijd gelijk leuk uit. Gaat vast wel weer komen.

18 september: eerste fietsweek en Juizhaiguo

Na een beetje een valse start in Chengdu, we werden allebei ziek, zijn we een paar dagen vertraagd toch op de fiets gestapt. Het fietsen ging goed. We zijn via Pingwo en Nanping naar Juizhaiguo gereden. De eerste paar dagen waren nog vlak. Dus dat was er even lekker inkomen. Alleen een keer fout gereden, omdat de Chinese karakter toch best lastig te onthouden zijn en je af en toe toch wat verder vooruit moet kijken. De eerste paar dagen was het landschap nog niet geweldig, we zaten ook nog erg dicht bij de grote stad.

Maar na drie dagen fietsen werd het steeds mooier. Kleine dorpjes in het groen. De weg werd ook heuvelachtiger en we begonnen te klimmen. De Chinezen onderweg waren erg vriendelijk en de meeste deden veel moeite om je te begrijpen. Het is toch wel makkelijk dat ik een paar lessen Chinees heb gehad. Met Engels kom je niet ver. Helemaal niet in het gebied waar we gereden hebben, want we hebben in die 7 fietsdagen geen andere toerist gezien. De vierde dag begon het klimmen. We stegen naar de 2000 meter. De dag erna ging het verder omhoog. We klommen nog verder door naar 3200 meter. De hele tijd een hellingspercentage van gemiddeld zo'n 8% en soms zelfs 14%. Voor niet geoefende fietsers toch best heftig. En de lucht werd ook ijler, maar met een gemiddelde snelheid van 7 kilometer per uur zijn we toch boven gekomen. En toen mochten we naar beneden!!! Een afdaling van ruim 40 kilometer. Dat schiet wel op.

De dag erna zijn we verder gereden naar Juizhaiguo. Een natuurpark in het noorden van Sichuan. Het park is fantastisch. Geweldige watervallen, mooie meren, je kunt daar mooi lopen. Dat hebben we de afgelopen twee dagen dan ook gedaan (en die week fietsen leverde minder spierpijn op in de kuiten dan die twee dagen lopen).

Het enige dat wat minder is, is de kermis die de Chinezen er omheen maken.

Over de Chinezen is nog heel veel te vertellen, hun instelling is echt heel anders. Ze maken kabaal, zijn druk, houden met niemand rekening en hebben een andere mening over wat schoon is.

De eerste week fietsen ging dus goed. Morgen stappen we weer op de fiets om dan via Songpan riching Xiahe te gaan rijden.

6 september: Eerste indrukken

Zondagavond zijn we het vliegtuig ingestapt. Met een maansteen om de nek, een amulet van Sint Christoffel in de zak en gelukspoppetjes uit Guatamala in de toilettas zou je toch denken dat we niet beter beschermd kunnen zijn tijdens deze reis. De vlucht ging dan ook goed. En een kleine 10 uur later landden we dan ook in Chengdu in China.

Chengdu komt redelijk relaxed over, ondanks dat het een stad van 11 mln inwoners is.

We blijven hier een paar dagen. We hebben hier het volkspark bezocht, dat is geweldig. Als je daar in de middag komt, staan de mensen te tai chi-en, te gymen en stijldansen en er wordt ook nog aan karaoke gedaan.

Vanochtend hebben we de panda's bezocht. Vooral de rode zijn erg leuk. Ze waren iets kleiner dan we verwacht hadden, maar geweldig om ze in het echt te zien. Daarna hebben we hier een belangrijk Boeddhistische Zen-klooster bezocht. Daar hebben we ook gegeten. Dat was erg goed. Ze eten alleen vegetarisch, maar ze maken dan bijvoorbeeld de vis na van aardappel. Was in ieder geval erg lekker. De knoflook komt nu nog onze oren uit.

Morgen gaan we hier in de omgeving fietsen en vrijdag willen we 'echt' op de fiets stappen. Verder verhalen volgen.