Alaska/Canada

Richmond, 28 augustus
Vancouver Island staat voor ons vooral in het teken van de smog van de meer dan 550 branden hier in British Colombia. Ook hier op het eiland zijn er een paar fikse. Het maakt het fietsen op het eiland minder leuk, omdat we een paar dagen in een dikke, bruinige smog rijden en helemaal geen uitzichten hebben. Het is ook niet zo heel gezond om in te fietsen. We krijgen allebei pijn in de keel en hoofdpijn. We besluiten dan ook niet te kamperen, maar binnen te slapen in motels.
Vanuit Port Hardy rijden we naar Port McNeill. Daar nemen we de ferry naar Alert Bay op Cormoron Island. Een heel klein eiland en Alert Bay is een klein plaatsje. Er wonen veel 'first nations', zoals de Canadezen de oorspronkelijke bewoners noemen. Er staan veel totempalen, ook de hoogste ter wereld. De dag erna gaan we naar het vaste land terug, de smog is zo dik, dat de ferry even dreigt niet te gaan, maar met een uur vertraging vertrekken we toch. We rijden naar Woss en de dag erna naar Cambell River. De laatste is weer een grotere plaats. Ten zuiden hiervan wordt het ook echt druk.
De dag naar Cambell River moet nog wel mooi zijn om te fietsen, maar helaas zien we niet veel. Wel grappig, onderweg stoppen we ergens om koffie te drinken. De vrouw daar heeft bloemetjes op de balie staan. Ik ruik eraan en  ik ben direct bij mijn oma. Lathyrus, ze zette het altijd op de slaapkamer als ik kwam logeren. Leuk!
Op het zuidelijke deel van het eiland wonen veel meer mensen. Ook de wat welgesteldere mensen dan in het noorden. We rijden niet op de hoofdweg, maar dichter langs te kust. Gaat steiler op en neer, maar is wat minder druk en prettiger om te fietsen. Af en toe moeten we langs de grote weg en dat is hier niet fijn.
En Jasper heeft zijn telefoon laten vallen, die is nu kapot en dus hebben we geen apps meer om een route te bepalen. Ook de gps werkt niet zoals het moet, die laadt de kaarten niet meer. Dus we hebben niet altijd de directe route.
Na Cambell River rijden we dus langs de kust en door de Comox-vallei. Courtenay is een grappig plaatsje. Ligt in een vruchtbaar gebied met veel boerderijen, koeien, paarden, fruit en groenten. Wat heel apart is, is dat  de bramen hier niet worden gegeten. Ze vallen nog net niet van de struiken. Geen idee waarom ze niet geplukt worden, want de frambozen en bosbessen worden wel gegeten.
Wij vinden dit deel minder leuk fietsen, het is druk, mensen zijn heel anders, verkeer is anders, gehaast. Maar goed we zijn dan ook op weg naar een erg grote stad. Via Salt Spring Island gaan we naar Richmond. We nemen de ferry naar Tsawwassen en kunnen dan via het zuiden naar Vancouver rijden. Richmond is het Chinatown van Vancouver.Als je niet beter zou weten, denk je ook echt hier in China te zijn. Je ziet hier vrijwel alleen Chinezen rond lopen. Een bijkomend voordeel is, dat er ook hele goede restauranten zijn. Wij genieten hier een paar avonden van de onze favoriete Sichuan keuken.
We maken ons nu op voor de laatste fase van onze reis. Ja, we komen dit jaar nog terug naar huis. Het idee van de westkust van de VS ging dus niet door. En het alternatief wat wij bedacht hebben is om nog een rondje in het zuiden van Europa te rijden. We vliegen naar Portugal. Dus we gaan naar de sardientjes en vinho verde. De fietsen worden weer gepakt om morgen in het vliegtuig te gaan. Donderdag hopen we te kunnen zeggen: Bom dia Lisboa! 
 
Vancouver Island, 18 augustus
Het is al even terug dat jullie iets van ons vernomen hebben. De laatste keer schreef ik al dat in dit gebied er niet over wifi is. Dat is er nog minder dan gedacht. We hebben inmiddels heel wat kilometers in Alaska, Yukon en British Columbia gereden. Ook hele mooie dingen gezien. De highlights voor ons waren de Haines Highway, de weg naar Skagway, naar Stewart en de gletsjers. De afsplitsingen van de grote wegen vonden we dus meestal mooier.
Vanuit Haines Junction zijn we naar Whitehorse gereden. De hoofdstad van Yukon, voor wat dat waard is. Daar hadden we geen last van beren, maar van eekhoorns, die een gat in mijn tas knaagden, en van een vos. Die gapte wat uit mijn tas terwijl wij de tent aan het inpakken waren. En wel grappig, hij pakte het minst erge voor ons en waarschijnlijk het minst lekkere voor hem: een zak met zuurtjes. We ha. We redden in Whitehorse een dag slecht weer, maar daarna sloeg het weer om en besloten we toch de Haines Highway te gaan rijden. Die moest erg mooi zijn. We zijn via Carcross naar Skagway gereden via de White-pas: van Canada naar de VS. Skagway is een toeristisch plaatsje waar de cruiseboten aanleggen en nu in het hoogseizoen zijn dat soms vier boten per dag. Die leveren veel toeristen, dat komt wat ons betreft de sfeer niet ten goede. Maar de rit naar Skagway was fantastisch mooi. Daar hebben we de ferry naar Haines genomen. En daar begon de klim naar de volgende pas. We reden nu vanuit de VS Canada weer in en daar begon de klim. Een stevige klim in een heel spectaculaire omgeving. We reden iets voorbij de pas, daar stond een groene hut, waar je gratis kon overnachten. Een heel leuk idee, alleen was het nu een paar dagen goed warm en de hut stond helemaal vol met vliegen, brrrr.... Na een douche in de rivier, besloten we maar gewoon in de tent te slapen. We wilden eigenlijk een rondje rijden terug naar Whitehorse, maar we vonden het zo mooi dat we besloten dezelfde weg terug te nemen. Geen verkeerde beslissing, want de andere kant op was het uitzicht nog beter. Haines was ook een grappig plaatsje, leuker dan Skagway en veel minder toeristisch. Canadezen zouden ook graag willen dat Haines bij hun hoorde, maar helaas. We hoorden hier aan de grens, terug de VS in, dat we een probleem hebben. Ons visum (de waiver) is 90 dagen geldig, alleen die dagen lopen door als je op het Noord-Amerikaanse continent bent, terwijl wij dachten dat dat stopte zodra je Canada inging en je een nieuw visum zou krijgen bij nieuwe binnenkomst in de VS. Niet dus. We hoorden daar, dat ze ons eigenlijk al niet eens meer binnen hoefden te laten. Tom Poes verzin een list.
Maar eerst weer de ferry naar Skagway, terug Yukon in en de White-pas omhoog via Tutshi-lake terug naar Whitehorse. We besloten nu in ieder geval de Cassiar-weg te gaan rijden, want dan zouden we langer in Canada zijn. In Whitehorse hadden we een paar rustdagen om ook een nieuw plan te maken en om het volgende deel voor te bereiden, want daar zitten stukken tussen waar 300 km niets zit. Het deel van Whitehorse naar Watson Lake is niet heel zwaar. Het blijft gewoon de hele dag op en neer gaan, zeg maar van de ene Grebbeberg naar de andere. We kampeerden bij meren, in natuurparken en soms op een echte camping. Bij Rancheria zouden ze ook douches hebben, hadden we van andere fietsers gelezen. Wat het toiletgebouw buiten werking. Gelukkig hadden ze wel motelkamers en hebben we sneaky een heerlijke warme douche genomen. In Watson Lake weer vanalles ingeslagen en wij op weg de Cassiar op. We hadden al van andere fietsers gehoord, we komen echt elke dag wel fietsers tegen, dat er branden waren. Wij Boya-lake roken we het al. We reden door naar Jade City, die hebben een mijn (raad eens) Jade wordt gewonnen, erg mooi! Daar hoorden we dat de rook,smog heel erg heftig was en dat ze Telegraph Creek en Dease aan het evacueren waren. We kregen het advies er niet doorheen te fietsen. Jasper heeft de hele middag geprobeerd om daar een lift te krigen, maar dat lukte niet. Mensen met grote RV´s zijn er blijkbaar niet happig op om twee smoezelige fietsers mee te nemen, zelfs niet met een brand. Er was daar wel ook al een trucker, die moest de volgende ochtend naar het zuiden en hij zei al dat we wel met hem mee mochten rijden. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Wij mochten daar in de kerk slapen. En om 5.30 zaten we in de truck bij Bear. Die fietsen achterop vastgesjord en daar gingen we. En ja, de smog was heel dicht en het werd alleen maar erger. Bear dropte ons bij Meziadin. Dat scheelde ons een paar dagen fietsen en daarom besloten we naar Stewart te rijden en naar de Salmon gletsjer te rijden. Een stevige klim, maar absoluut de moeite waard. Ook Stewart is een leuk plaastje. Je rijdt dan weer heel even Alaska in, daar is geen douane aan de VS zijde, bij Hyder. Hyder is een spookplaatsje en lijkt 50 jaar terug gezet te worden met de teletijdmachine. Wat ook erg mooi was, is dat de ´salmonrun´, de komst van de zalm, is begonnen. Daar komen beren, maar ook kale adelaars op af. Die laatste deden zich al ruimschoots te goed aan de zalm. We hebben over het algemeen niet heel veel wild gezien, wat beren, porcupines, wolverine, maar al met al vind ik het niet veel. Na Stewart zijn we naar Kitwanga gereden, het laatste dorp op de Cassiar en daar zijn we rechts afgeslagen naar Prince Rupert. Gisteren zijn we daar aangekomen en vandaag zijn we op de ferry gestapt naar Port Hardy op Vancouver Island. Daar gaan we nu verder met fietsen. Hopelijk verder geen last van de branden, want die blijven zich alleen maar uitbreiden, schijnt dit jaar heftig te zijn. De ferry neemt de Inner Passage route, een tocht van 16 uur. Inmiddels hebben we walvissen gezien, een rob en een zwemmende beer.
En ja, het is mooi hier, ik vind het wel heel erg afgelegen, Jasper heeft daar minder moeite mee. Zeker niet altijd spectaculair, maar waar is dat wel en vooral van de hoofdwegen af, vinden wij het het mooist. Van het eten word je hier minder blij, wij in ieder geval, maar dat wisten we ook al van te voren. Wat echt af en toe irritant is, zijn alle beesten die steken. Dazen, vliegen, muggen, zandvliegen in alle soorten en maten en ze lijken allemaal te steken. We lopen allebei genoeg jeukende bulten en plekken op. Bij Jasper gebeurt dat niet vaak. 
Al onze spullen, vooral de kleding, begint een beetje af te takelen na een jaar op de fiets. Het is echt wachten tot de gaten er in vallen. Soms helpen we ook zelf wat mee. We gingen koffie drinken en nog een ijsje halen. Jasper was vergeten dat we nog water op hadden staan. De pan helemaal droog gekookt, er zat zelfs een gat in, dus die functioneert niet meer. Daar gaan onze hoogstaande culinaire plannen voor de rest van de reis.......
Wij gaan dus wat verder fietsen op Vancouver eiland. Weer in de bewoonde wereld, zeker in het zuidelijke deel. De eerste paar dagen nog niet echt. Volgende keer meer het vervolg.
 
 Haines Junction, 15 juli 
 Japan duur??? Nee, dan Alaska! Het contract is groot, van verwarmde wc-brillen naar dixie-toiletten. Maar ook weer gewoon een gesprek aan kunnen gaan en benaderd worden voor een gesprek. We merken dat we af en toe erg lang pauzeren omdat we leuke gesprekken hebben. Het spannende van de taal niet kunnen had ook wat, maar gesprekken en contact hebben is ook erg leuk. Wat hier wel compleet ontbreekt is de cultuur, maar daar staat tegenover dat de drukte van mensen er hier niet is en dat er heel veel ruimte is.
We rijden via de Park Highway naar Denalli en door naar Fairbanks. Eerst naar Wasilla, de plaats waar elk jaar de Itharod begint en ze hebben er dan ook veel sledehonden. Er is hier veel water en moeras en de bijbehorende muggen. Bij Montana Creek maken ze ons helemaal gek en we zijn blij met ons muggennet over het hoofd. Als we 's ochtends wakker worden, worden we al verwelkomd door de honderden muggen die voor ons gaas van de tent hangen te zoemen.
Daarna door naar Talkeetna, een oud plaatsje, ouder dan Anchorage, is een grappig dorp, veel bergbeklimmers voor Denali. Het heeft eigen sfeertje kunnen behouden, de mensen hebben kunnen tegenhouden dat de grote weg hier langs loopt. Dat scheelt veel.
Alle plaatjes hier hebben vliegvelden, overal liggen ook watervliegtuigen, grappig, heel anders dan wij gewend zijn.
Wat minder fijn is, zijn al die ontzettend grote campers die hier rondrijden. Het meeste verkeer is heel beleefd, maar die zijn wat minder vriendelijk en komen echt langs scheuren. Ze kunnen waarschijnlijk het rempedaal niet goed vinden. Ook over gravel is het niet de moeite waard om even gas terug te nemen voor fietsers, jammer is dat.
We hebben de Denali niet gezien. In dit seizoen laat de Denali zich blijkbaar ook maar eens in de 7 dagen zien. Wel veel andere bergen gezien. Af en toe alsof je in een ansichtkaart rijdt. In dat deel zien we ook nog geen beren, wel beredruk. Wel elanden met jongen en vossen. Elanden nog gevaarlijker dan beren, meer doden, maar zien er lief en sullig uit.
We rijden door naar Fairbanks, dat moet de prettigste stad om te wonen zijn in Alaska. Tja, ach, het zal wel, langs de Nanana rivier is het inderdaad mooi.
Via Delta Junction rijden we naar Tok. Leuke plaatsnamen: Tok, Chicken, Coldfeet, Deadhorse, vaak omdat ze de naam van de oorspronkelijke bewoners niet uit konden spreken.
Als het helder weer is, is het mooi, spectaculaire de natuur. Het is vooral ook heel weids en open. We hebben veel bewolking, heel wisselvallig, af en toe ook heel fris. We hebben regelmatig vier seizoenen in een dag.
Na Tok rijden we naar Canadese grens: we rijden Yukon in. Via Beaver Creek, Burwash Landing en Destruction Bay, plaatsjes waar zo ongeveer 100 man wonen naar Haines Yunction. Deze plaats ligt op een splitsing van de Alaska Highway en de Haines Highway. Langs het mooie Kluane-meer gereden en de hoogste berg van Canada: de Logan. Lag allemaal verse sneeuw op de bergen nadat de regenbuien bij ons waren gevallen. Het is een berucht gebied voor grizzly-beren. Wij zien onze eerste, we denken een zwarte trouwens. We wachten netjes op een auto, zodat die tussen ons en de beer in blijft.
Wat irritant is, zijn de wegwerkzaamheden af en toe waar we niet zelf mogen fietsen. We worden ingeladen in een pick up: moet je een half uur wachten om een kilometer verder weer afgezet te worden, mmmhh en zo gevaarlijk zag het er niet uit. Safety first.............
Gaan nu richting Haines via de Haines Highway. Dat moet een van de mooiste wegen hier zijn. Die willen we dan ook graag met droog weer rijden We zitten de kou en regen nu dan ook eerst even uit in een cabin met houtkachel. Lekker comfortabel.
Wat wel ook apart is, hier is dus amper internet of wifi. In China vind je in alle uithoeken wifi en mobiel bereik, maar hier dus niet. In Yukon wonen ook maar 35.000 mensen, geen interessante markt blijkbaar.
We gaan dus naar Haines, even terug naar Alaska, om daarna weer terug te komen naar Canada.
 
Anchorage, 22 juni
Alaska vormt ongeveer een vijfde van het grondoppervlak van de VS, maar er wonen nog geen half miljoen mensen. En het grootste deel daarvan woont in Anchorage. Een grote leegte dus, zo zag het er vanuit de lucht ook uit. De eerste kilometers in Alaska zijn gereden. Anchorage is nogal uitgestrekt en wij zitten aan de oostkant in een B&B. Hier zitten dit jaar nogal veel beren kregen we al snel te horen. We hebben eerst maar weer eens het verschil tussen de grizzly en de zwarte beren opgezocht, een berenclaxon gekocht (een bel schijnt niet genoeg te zijn) en berenspray op de fietsen gemonteerd. Die spray is een wapen, worden we hier in de VS toch nog wapenbezitters: het is een zeer heftige peperspray.
Morgen willen we starten met fietsen. Via de Park-highway naar Denali en dan door naar Fairbanks. De fietsen zijn weer nogal volgepakt. We moeten weer wat meer eten voor onderweg meenemen. Nogal een contrast met Japan en al de 'concenience-stores' daar. Hier is het weer wat meer en beter plannen.
Het is weer even wennen dat we weer gewoon rechts mogen rijden na bijna een half jaar aan de linkerkant van de weg te hebben moeten fietsen. Het verkeer is best druk, het rijdt hard en er rijden nogal veel campers. Jasper werd gisteren al aangereden. Gelukkig kon hij uitwijken en heeft hij alleen blauwe plekken op zijn schenen.
Wat wel weer heel fijn is, is dat we ons gewoon verstaanbaar kunnen maken en dat mensen je dus direct begrijpen.
Enkele andere zaken die hier opvallen: de seringen staan nu pas in bloei, er zijn veel zwervers en daklozen, het gaat pas om middernacht schemeren en om 4 uur in de ochtend is het weer helemaal licht. Hele lange dagen dus, maar in de winter hebben ze een maand lang ook dagen met maar 4 tot 5 uur licht. Heftig lijkt me dat.
Het formaat van de mensen is ook heel anders dan in Japan. Mensen waren daar toch veelal slank en zeer goed verzorgd. Dat is hier toch wel anders. Ook het schone en propere van Japan, waar ik erg makkelijk aan wende, vinden we hier zeker niet overal terug. Hier is wel veel meer ruimte en zijn de huizen en auto's veel groter.
Maar goed, de jetlag is al weer een deel verdwenen en morgen gaan we richting Denali-park en de hoogste berg van Noord-Amerika: Denali. Deze berg heette vroeger Mount McKinley, maar heeft sinds een paar jaar zijn oorspronkelijke naam weer terug. We zijn benieuwd of we hem te zien krijgen, want hij is nogal vaak in de wolken gehuld. Maar in het park zitten ook veel grizzly's, gemzen, wolven en elanden. Hopelijk gaan we wat zien. Jullie gaan het horen!